26 juni 2018

Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR)

Wat is EMDR?

EMDR is een afkorting van Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Het is een relatief nieuwe en daarmee niet-traditionele vorm van psychotherapie. EMDR is begin jaren negentig ontwikkeld, door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. In de afgelopen decennia is deze aanpak verder uitgewerkt en ontwikkeld tot een volwaardige en effectieve therapeutische methode. EMDR groeit snel in populariteit en is vooral bekend geworden door de behandeling van Post-Traumatische Stress Stoornis (PTSS).

Wanneer is EMDR geschikt?

EMDR bij ingrijpende ervaringen

EMDR wordt gebruikt om ingrijpende ervaringen en gebeurtenissen uit het verleden op een goede manier te verwerken en een plek te geven.  Trauma gerelateerde angsten en PTSS komen vaak voor na ingrijpende ervaringen zoals fysieke of psychische mishandeling, verkrachting, geweldsincidenten, auto-ongelukken of beroep gebonden trauma’s (o.a. brandweer, politie, ambulance personeel, militairen). Iemand ondervindt daarvan -soms vele jaren later na het voorval/de voorvallen- nog steeds problemen. Te denken valt aan emotionele aanvallen, nachtmerries, angsten alsmede  schrik- en vermijdingsreacties. De herinneringen aan de schokkende gebeurtenis(sen) blijven zich dan opdringen. Verder wordt EMDR in toenemende mate ingezet bij verslavingsvraagstukken, eetstoornissen en borderline problematiek.

EMDR bij pijn en tinnitus

Het vermogen van EMDR om fysieke en emotionele stress geassocieerd met PTSS te verminderen, heeft ook geleid tot de gedachte om chronische pijn te behandelen. Normaal is pijn een signaal van het lichaam dat iets niet goed gaat. Soms is de oorzaak van de pijn al weg, maar blijft de pijn of is de pijn erger dan de ernst van het letsel zou doen verwachten. Uit de praktijk blijkt dat na EMDR behandeling minder pijn ervaren wordt.

Pijn ervaren we met onze hersenen. Bij chronische pijnklachten worden sommige hersengebieden overgevoelig of overactief, terwijl in andere gebieden de activiteit juist terugloopt. De hersenen zijn bij chronische pijn als het ware niet in balans. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) bij PTSS de activiteit in het brein normaliseert. EMDR kan ook patronen in het brein bij sommige vormen van chronische pijn beïnvloeden.

Zo veronderstellen onderzoekers dat in het geval van oorsuizen het tinnitus geluid als ‘gevaar’ wordt gelabeld in het brein. Dit wordt als zeer stressvol ervaren. EMDR kan de emotionele dimensie daarvan loskoppelen, waarna ook het gevoel van gevaar en de bijhorende alertheid afneemt. Daardoor zouden de hersenen kunnen wennen aan het tinnitus geluid en kan het naar de achtergrond verdwijnen.

EMDR voor topprestatie

Een van de meest innovatieve toepassingen van EMDR-therapie is het behandelen van prestatieproblemen. EMDR gebruikt hetzelfde protocol om stress en angst rond werk, school of andere soorten prestaties te verminderen. Voorbeelden van prestatieproblemen kunnen zijn:

  • Faalangst
  • Angst voor spreken in het openbaar, interviews en presentaties
  • Anticiperende angst
  • Slechte stressmanagementvaardigheden
  • Inconsistente prestaties
  • Herstel van sportblessures

Verder is sport een goed voorbeeld van de behoefte aan evenwicht tussen mentale focus, fysiek uithoudingsvermogen en gereguleerde emoties. EMDR helpt de focus en concentratie te verbeteren door dingen achter U te laten en het denken te helpen kalmeren en emoties minder gevoelig te maken. Als U bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd gemakkelijk boos wordt, is de kans groot dat negatief geladen emoties U in de weg zitten. EMDR kan helpen deze ‘op te ruimen’. Bovendien helpt EMDR u om te gaan met afleidingen die uw concentratie- en concentratievermogen wegnemen.

U word gevraagd de verwachte resultaten te  visualiseren en samen met Dr. Anna Huysse te werken aan prestatievaardigheden zoals focus, concentratie, emotioneel management, doorzettingsvermogen, ontspanning, het stellen van doelen, tijdbeheer. Indien nodig  worden mentale of fysieke blokkades behandeld.

Hoe werkt EMDR?

EMDR is een kortdurende therapievorm volgens vaste protocollen. Er wordt U gevraagd aan de gebeurtenis/een voorval terug te denken, inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Dit gebeurt om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces opgestart. Dr. Anna Huysse zal vragen de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Maar nu gebeurt dit in combinatie met afleidende stimuli, bijvoorbeeld een beweging, geluid of trilling. In veel gevallen worden  geluiden aangeboden, die door middel van een koptelefoon afwisselend links en rechts klinken. Ook het volgen met uw ogen van handbewegingen of een bewegend licht activeren een specifiek hersengebied. Hoe EMDR exact werkt wordt nog steeds onderzocht , maar het heeft te maken met het tegelijkertijd activeren en deactiveren van hersengebieden. Dit zorgt ervoor dat we de opgeroepen herinneringen vergeten of van hun lading ontdoen.

Er wordt gewerkt met ‘sets’ (= series) stimuli. Na elke set wordt er even rust genomen. De therapeut zal de cliënt vragen wat er in gedachten naar boven komt. De EMDR procedure brengt doorgaans een stroom van gedachten en beelden op gang, maar soms ook gevoelens en lichamelijke sensaties. Meestal verandert er iets. U wordt na elke set gevraagd zich te concentreren op de meest opvallende verandering, waarna er een nieuwe set volgt.

De EMDR behandelingen duren gemiddeld langer dan een reguliere praat-sessie (gemiddeld zo’n 90 minuten).

Hoe effectief is EMDR?

EMDR is een intensieve en snelle therapie die voor veel van onze cliënten een verschil van dag en nacht heeft betekend. De behandeling leidt ertoe dat herinneringen hun kracht en emotionele lading verliezen. Het wordt mogelijk om zonder angst aan de gebeurtenis(sen) terug te denken. Soms veranderen de herinneringen zelf en worden ze bijvoorbeeld waziger of onbeduidend. Een andere mogelijkheid is dat er nieuwe gedachten of inzichten ontstaan, met een minder bedreigende betekenis. Als het gaat om een trauma na een éénmalige ingrijpende gebeurtenis, dan ervaren mensen vaak al na enkele bijeenkomsten aanmerkelijke verbeteringen. Bij patiënten die langdurig trauma hebben meegemaakt (bijvoorbeeld incest) en bij complexe problematiek duurt de behandeling langer.

Is EMDR onderzocht?

Er is al veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van EMDR. Uit de resultaten blijkt dat cliënten goed op EMDR reageren. De methode is daarmee ‘evidence based’, de verdere wetenschappelijke zoektocht naar het ‘hoe en waarom’ van deze behandelmethode is in volle gang en wordt vanuit onze praktijk vervolgd en waar mogelijk ondersteund.

In 2009 heeft de ‘International Society for Traumatic Stress Studies’ EMDR gecategoriseerd  als een ‘evidence-based level A’ behandeling voor PTSD bij volwassen.

Andere organisaties die EMDR hebben omarmd zijn onder andere:

  • Dutch National Steering Committee, Guidelines Mental Health and Care, 2003
  • The American Psychiatric Association, 2004
  • National Institute for Clinical Excellence, 2005
  • Australian Centre for Posttraumatic Mental Health, 2007
  • International Society for Traumatic Stress Studies, 2009
  • the Departments of Veterans Affairs and Defense, 2010
  • SAMHSA, National Registry of Evidence-based Programs and Practices 2011
  • World Health Organization, in 2013

Is EMDR iets voor mij?

Aan het begin van de therapie zal er uitgebreid aandacht worden besteed aan de oorzaak en achtergrond van uw klachten. Daarnaast wordt er een inschatting gemaakt van een aantal individuele kenmerken, waaronder de persoonlijke draagkracht. Op basis van de intake en verkennende gesprekken zal Dr Anna Huysse vaststellen of een gerichte traumabehandeling nodig is en of daarvoor EMDR kan worden gebruikt. Haar analyse en het voorgestelde plan van aanpak wordt met U doorgenomen.

Wordt EMDR-behandeling vergoed?

De vergoedingen voor EMDR therapie verschillen per zorgverzekeraar.

Referenties
  1. Shapiro, Francine; Laliotis, Deany (12 October 2010). “EMDR and the adaptive information processing model: Integrative treatment and case conceptualization”. Clinical Social Work Journal. 39(2): 191–200. doi:1007/s10615-010-0300-7.
    1. Shapiro, F (1989). “Efficacy of the eye movement desensitization procedure in the treatment of traumatic memories”. Journal of Traumatic Stress. 2(2): 199–223. doi:1002/jts.2490020207Feske, Ulrike (1998). “Eye movement desensitization and reprocessing treatment for posttraumatic stress disorder”. Clinical Psychology: Science and Practice. 5 (2): 171–181. doi:10.1111/j.1468-2850.1998.tb00142.x.
    2. Schnyder, Ulrich; Cloitre, Marylène (2015-02-14). Evidence Based Treatments for Trauma-Related Psychological Disorders: A Practical Guide for Clinicians. ISBN 9783319071091. Retrieved 2015-04-20.
    3. “Guidelines for the management of conditions that are specifically related to stress”. Geneva: World Health Organization. 2013. PMID24049868.
    4. “Post-traumatic stress disorder – NICE Pathways”. NICE pathways – (2005) NICE guideline CG26. 2005.
    5. Lee CW; Cuijpers P (2013). “A meta-analysis of the contribution of eye movements in processing emotional memories”. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry. 44(2): 231–239. doi:1016/j.jbtep.2012.11.001PMID 23266601.
    6. Lee CW, Cuijpers P (2013). “A meta-analysis of the contribution of eye movements in processing emotional memories”. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry. 44(2): 231–239. doi:1016/j.jbtep.2012.11.001PMID 23266601.
    7. Bisson J, Roberts NP, Andrew M, Cooper R, Lewis C (2013). “Psychological therapies for chronic post-traumatic stress disorder (PTSD) in adults”. Cochrane Database of Systematic Reviews. 12: CD003388. doi:1002/14651858.CD003388.pub4PMID24338345.
    8. Devilly GJ (Fall–Winter 2002). “Eye movement desensitization and reprocessing: a chronology of its development and scientific standing”(PDF). The Scientific Review of Mental Health Practice. 1(2): 132.
    9. Watts BV, Schnurr PP, Mayo L, Young-Xu Y, Weeks WB, Friedman MJ (2013). “Meta-analysis of the efficacy of treatments for posttraumatic stress disorder”. Journal of Clinical Psychiatry. 74(6): e541–550. doi:4088/JCP.12r08225PMID 23842024.
    10. McNally, R. (Fall 2013). “The evolving conceptualization and treatment of PTSD: A very brief history”. American Psychological Association Newsletter-Trauma Psychology: 7–11. p.9 http://traumapsychnews.com/wp-content/uploads/2016/01/newsletter_2013_fall.pdf
    11. Ehlers, A.; Bisson, J.; Clark, D.; Creamer, M.; Pilling, S.; Richards, D.; Schnurr, P.; Turner, S.; Yule, W. (2010). “Do all psychological treatments really work the same in posttraumatic stress disorder?”. Clinical Psychology Review. 30(2): 269–276. doi:1016/j.cpr.2009.12.001PMC 2852651PMID 20051310.
    12. Vickerman, K. A.; Margolin, G. (2009). “Rape treatment outcome research: Empirical findings and state of the literature”Clinical Psychology Review. 29(5): 431–448. doi:1016/j.cpr.2009.04.004PMC 2773678PMID 19442425.
    13. Cloitre M (January 2009). “Effective psychotherapies for posttraumatic stress disorder: a review and critique”. CNS Spectrums. 14(1 Suppl 1): 32–43. PMID 19169192.
    14. Lee CW, Cuijpers P (2013). “A meta-analysis of the contribution of eye movements in processing emotional memories”. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry. 44(2): 231–239. doi:1016/j.jbtep.2012.11.001PMID 23266601.
    15. Seidler GH, Wagner FE (2006). “Comparing the efficacy of EMDR and trauma-focused cognitive-behavioral therapy in the treatment of PTSD: a meta-analytic study”. Psychological Medicine. 36 (11): 1515–1522. doi:1017/S0033291706007963PMID 16740177.
    16. Bradley, R.; Greene, J.; Russ, E.; Dutra, L.; Westen, D. (2005). “A multidimensional meta-analysis of psychotherapy for PTSD”. The American Journal of Psychiatry. 162(2): 214–227. doi:1176/appi.ajp.162.2.214PMID 15677582.
    17. Seidler, GH; Wagner, FE (November 2006). “Comparing the efficacy of EMDR and trauma-focused cognitive-behavioral therapy in the treatment of PTSD: a meta-analytic study”. Psychological Medicine. 36(11): 1515–22. doi:1017/s0033291706007963PMID 16740177.
    18. Van Etten M. L.; Taylor, S (1998). “Comparative efficacy of treatments for post-traumatic stress disorder: a meta-analysis”Clinical Psychology & Psychotherapy. 5(3): 126–144. doi:1002/(SICI)1099-0879(199809)5:3<126::AID-CPP153>3.0.CO;2-H.
    19. Foa EB; Keane TM; Friedman MJ (2009). “Effective treatments for PTSD: Practice guidelines from the International Society for Traumatic Stress Studies”. New York: Guilford Press.
    20. National Institute for Clinical Excellence (2005). “Post traumatic stress disorder (PTSD): The management of adults and children in primary and secondary care”. London: NICE Guidelines.
    21. National Institute for Health and Care Excellence (2016). Post-traumatic stress disorder overview: Interventions for symptoms present for more than 3 months after a trauma [1]
    22. Australian Centre for Posttraumatic Mental Health. (2007). Australian guidelines for the treatment of adults with acute stress disorder and post traumatic stress disorder. Melbourne, Victoria: ACPTMH. ISBN978-0-9752246-6-3.
    23. Dutch National Steering Committee Guidelines Mental Health and Care (2003). “Guidelines for the diagnosis treatment and management of adult clients with an anxiety disorder”. Utrecht, Netherlands: The Dutch Institute for Healthcare Improvement (CBO).
    24. American Psychiatric Association (2004). Practice Guideline for the Treatment of Patients with Acute Stress Disorder and Posttraumatic Stress Disorder. Arlington, VA: American Psychiatric Association Practice Guidelines.
    25. Department of Veterans Affairs & Department of Defense (2010). VA/DoD Clinical Practice Guideline for the Management of Post-Traumatic Stress. Washington, DC: Veterans Health Administration, Department of Veterans Affairs and Health Affairs, Department of Defense
    26. SAMHSA’s National Registry of Evidence-based Programs and Practices (2011)
    27. Foa, E.B., Keane, T.M., Friedman, M.J., & Cohen, J.A. (2009). Effective treatments for PTSD: Practice Guidelines of the International Society for Traumatic Stress Studies New York: Guilford Press.
    28. Foa B; Keane TM; Friedman MJ Cohen JA (eds.) (2009). Effective treatments for PTSD: practice guidelines from the International Society for Traumatic Stress Studies (2nd ed.). New York: Guilford Press. ISBN978-1-60623-001-5.
    29. Adler-Tapia R; Settle C (2008). EMDR and The Art of Psychotherapy With Children. New York: Springer Publishing Co. ISBN978-0-8261-1117-3.
    30. Scott CV; Briere J (2006). Principles of trauma therapy : a guide to symptoms, evaluation, and treatment. Thousand Oaks, California: Sage Publications. p. 312. ISBN0-7619-2921-5.
    31. Moreno-Alcázar, A.; Treen, D.; Valiente-Gómez, A.; Sio-Eroles, A.; Pérez, V.; Amann, B.L.; Radua, J. (2017). “Efficacy of Eye Movement Desensitization and Reprocessing in Children and Adolescent with Post-traumatic Stress Disorder: A Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials”Frontiers in Psychology. 8: 1750. doi:3389/fpsyg.2017.01750PMC5641384PMID 29066991.
    32. Salkovskis P (February 2002). “Review: eye movement desensitization and reprocessing is not better than exposure therapies for anxiety or trauma”. Evidence-based Mental Health. 5(1): 13. doi:1136/ebmh.5.1.13PMID 11915816.
    33. Glaser, Tom. “How was EMDR Developed?”. Retrieved 8 March 2013.
    34. Rosen, Gerald M; Mcnally, Richard J; Lilienfeld, Scott O (1999). “Eye Movement Magic: Eye Movement Desensitization and Reprocessing”. Skeptic. 7(4).
    35. Herbert JD, Lilienfeld SO, Lohr JM, Montgomery RW, O’Donohue WT, Rosen GM, Tolin DF (November 2000). “Science and pseudoscience in the development of eye movement desensitization and reprocessing: implications for clinical psychology”. Clinical Psychology Review. 20(8): 945–71. doi:1016/s0272-7358(99)00017-3PMID 11098395.
    36. McNally, R. J. (2003). “The demise of pseudoscience”. The Scientific Review of Mental Health Practice. 2(2): 97–101.
    37. Davidson PR, Parker KC (April 2001). “Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR): a meta-analysis”. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 69 (2): 305–16. doi:1037/0022-006x.69.2.305PMID 11393607.
    38. McNally, R. J. (1999). “On eye movements and animal magnetism: A reply to Greenwald’s defense of EMDR”. Journal of Anxiety Disorders. 13(6): 617–620. doi:1016/S0887-6185(99)00020-1.
    39. Brown S, Shapiro F (October 2006). “EMDR in the treatment of borderline personality disorder”. Clinical Case Studies. 5(5): 403–420. doi:1177/1534650104271773.
    40. De Roos C, Veenstra AC, De Jongh A, den Hollander-Gijsman ME, van der Wee NJ, Zitman FG, van Rood YR (2010). “Treatment of chronic phantom limb pain using a trauma-focused psychological approach”Pain Research & Management. 15(2): 65–71. doi:1155/2010/981634PMC 2886995PMID 20458374.
    41. Wilensky M (2006). “Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) as a treatment for phantom limb pain”(PDF). Journal of Brief Therapy. 5 (1): 31–44.
    42. Bennett, J., Bickley, J., Vernon, T., Olusoga, P., & Maynard, I. Preliminary Evidence for the Treatment of Performance Blocks in Sport: The Efficacy of EMDR With Graded Exposure. J EMDR Prac Res(2), 96-110. doi:10.1891/1933-3196.11.2.96
    43. Foster, S. L. (2012). Integrating positive psychology applications into the EMDR Peak Performance protocol. Revue Européenne de Psychologie Appliquée/European Review of Applied Psychology, 62(4), 213-217. doi:10.1016/j.erap.2012.04.005